Onze geschiedenis
De VPKB Menen, een (voor)geschiedenis…
De protestantse kerk in Menen kent, hoewel slechts zo’n honderd jaar oud, een rijke voorgeschiedenis. Met tussenpozen waarin er geen formele protestantse aanwezigheid was, heeft het protestantisme op verschillende momenten in de tijd een zekere aanhang gehad in de stad, en dat al sinds de Reformatie. Wanneer de eerste protestantse geluiden in Menen te horen zijn geweest valt moeilijk met zekerheid te zeggen – Menen stond als handelsstad in de zestiende eeuw in (al dan niet direct en nauw) contact met onder meer enkele Duitse hanzesteden, het (toenmalige) eiland Walcheren, en steden als Gent en Antwerpen, plaatsen waar het protestantisme in één of andere vorm al vroeg aanwezig was. In 1524 werd door een Kortrijks magistraat reeds een “voorgebod” uitgevaardigd waarbij bijeenkomsten waarop de Bijbel werd gelezen werden verboden – dit verbod gold ook voor Menen, dat toen onder de jurisdictie van Kortrijk viel. Een dergelijk verbod is een indicator voor een vroege protestantse aanwezigheid in de stad, al valt dit verder niet heel hard te maken. In 1536 werd Menen echter al aangeduid als een “lutherse kern” en kunnen we met zekerheid stellen dat het protestantisme er vaste voet aan de grond had gevonden. Tevens is er rond deze periode ook sprake van uit Münster terugkerende wederdopers. De lutheranen noch de wederdopers zouden echter een vaste voet aan de grond houden in Menen; zij werden al snel verdrongen door de calvinisten.
In 1564 al staat Menen te boek als één van de plaatsen met een verdacht hoog aantal calvinisten. Op bevel van de toenmalige president van de Raad van Vlaanderen, Jacob Martins, moet voortaan elke nieuwe inwoner van de stad een getuigschrift van rechtzinnigheid – lees: een rooms-katholieke overtuiging – kunnen voorleggen. Op die manier wil de overheid vermijden dat Menen een broeihaard van de nieuwe protestantse leer wordt. In de nasleep van de Beeldenstorm in 1566 lijkt het de calvinisten in en rond de stad even voor de wind te gaan: Margaretha van Parma staat toe dat er buiten de stadskern een vergaderplaats wordt ingericht door de protestanten. Al snel komen Alva’s troepen echter orde op zaken stellen – de druk neemt toe en ontaardt in een openlijk conflict. In april 1578 wordt in Menen – onder impuls van de Gentse calvinisten – een “revolutionair”, calvinistisch bestuur geïnstalleerd. Het rooms-katholicisme wordt nu actief geweerd en vervolgd. De nieuw gebrachte “stabiliteit” blijkt van korte duur: in oktober van datzelfde jaar wordt de stad onder de voet gelopen door Waalse, katholieke troepen. Pas maanden later – en na mislukte onderhandelingen in januari – trekken deze troepen zich in april uit de stad terug, volgend op de Pacificatie van Gent. Tussen 1579 en 1583 wordt Menen nog meermaals door verschillende legers onder de voet gelopen, voordat de stad op 25 juli 1583 definitief in Spaanse handen zou vallen. Volgend op Farneses zege moest het calvinisme uit de stad verdwijnen; de katholieken zouden voortaan weer aan het langste eind trekken. We beschouwen 1583 dan ook als het eerste sluitstuk van de geschiedenis van het protestantisme in Menen; hierna verdween de confessie voor een hele tijd – tot in 1707.
In 1707 is er – voor het eerst sinds de reformatietijd – opvallend genoeg opnieuw sprake van een protestantse – hervormde – gemeente in Menen. Dit niet omdat het protestantisme in onze contreien plots werd getolereerd – het Tolerantie-edict laat in 1707 nog even op zich wachten – maar om politiek-militaire redenen: Menen was in deze tijd een garnizoensstad. Volgend op het Bareeltraktaat krijgt de Republiek toestemming om in onze contreien, aan de grens met Frankrijk, in verschillende steden garnizoenen te legeren en zo de expansiedrift van Frankrijk in te tomen. De – Nederlandse – soldaten in onze streken nemen enkele eigenheden uit hun land mee, waaronder hun protestants geloof, dat ze ook in de garnizoenssteden bij uitzondering mogen belijden. Er wordt dus in deze tijd een nieuwe protestantse gemeente in de garnizoensstad Menen opgericht. In de eerste plaats is deze gemeente gericht op de Nederlandse soldaten, maar al snel voegen enkele burgerfamilies uit de stad zich bij de kerk – schijnbaar zijn enkele Meense families decennialang clandestien protestants gebleven en durven zij zich nu, gesterkt door het Nederlandse garnizoen, weer als zodanig te uiten. In deze jaren kent het protestantisme opnieuw een korte periode van opbloei in de stad; al snel sluiten ook “nieuwe” gelovigen zich aan bij de kerk, de gemeente groeit, kan over het oude kerkgebouw van St. Jean Baptist beschikken, en krijgt zelfs een stuk grond als protestantse begraafplaats aangewezen. De stad kent overigens een toelage toe aan een “voorlezer”. De opbloei is echter van korte duur: wanneer de Fransen Menen in 1744 innemen, is het weer voorbij. Het garnizoen vertrekt, de predikant verkast. Vele families zien zich gedwongen om terug over te gaan op het rooms-katholicisme – de Franse autoriteiten zitten immers niet te wachten op de protestanten. Het blijft weer stil – tot in 1815, na Napoleons definitieve nederlaag in Waterloo.
Onder impuls van het vijftien jaar durende Hollands bewind dat volgde op Napoleons nederlaag en de herverdeling van Europa wordt er immers opnieuw een protestantse gemeente in Menen opgericht. Het is een kleine groep die de diensten bezoekt; voornamelijk in en rond Menen gelegerde Nederlandse soldaten, en na een tijdje ook wel weer wat “einheimische” burgerfamilies. In zekere zin lijkt het patroon van het begin van de achttiende eeuw zich ruim honderd jaar later opnieuw te herhalen. De gemeente wordt in deze periode bediend door de predikant van Doornik – ze is volgens de voorwaarden die Willem I oplegde te klein om zelf een eigen predikant te mogen beroepen. Het (goeddeels katholieke) stadsbestuur is niet altijd opgezet met de aanwezigheid van de protestantse gemeente; met lange tanden stelt het een uiterst slecht bereikbaar vergaderlokaal ter beschikking wanneer in 1817 wegens de groei van de gemeente een nieuwe locatie voor de erediensten wordt gezocht. De spanningen lopen op, en van de discussie tussen kerk en stadsbestuur zijn ook nu in de archieven nog sporen terug te vinden. De hele kwestie sterft echter een stille dood wanneer in 1830 samen met de Hollandse overheersing ook – opnieuw – een einde komt aan de protestantse aanwezigheid in Menen.
Uiteindelijk wordt pas in 1905 de basis gelegd voor de gemeente in Menen die we vandaag nog steeds kennen. Jean-Baptist Krahé, tweetalig evangelist opgeleid aan de school in Brussel, vestigt zich in Menen en begint er zijn evangelisatiewerk. In zijn woonkamer begint hij sobere diensten te organiseren, in het begin slechts voor een handvol mensen. Ook de zondagsschool voor de kinderen wordt al snel opgericht. Het begin van de gemeente is chaotisch en moeilijk te doorgronden: er wordt op verschillende plaatsen samengekomen, Krahé ervaart tegenkanting van de katholieke gemeenschap, en bovendien start hij op eigen houtje – zonder toelating vanuit Brussel – de hele boel op. Men is hier niet heel opgezet mee.
Pas in 1923 krijgt de gemeente een vast vergaderlokaal: een kerkje gebouwd op de ruïnes van een oude brouwerij in de Stationsstraat. Het is het gebouw waar de VPKB Menen nog steeds samenkomt. De gemeente groeit, verdere activiteiten, comités en culturele werkgroepen krijgen vorm. Het werk van Krahé blijkt niet ijdel te zijn geweest; ook na zijn vertrek in 1936 blijft de gemeente dit keer voortbestaan. In 1951 wordt de gemeente Menen in het SILO-werk ondergebracht. Later gaat de gemeente mee op in de VPKB. Per koninklijk besluit krijgt de gemeente op 31 december 1970 – vaak zegt men vanaf 1971 – haar formele erkenning. Hoewel het ook vandaag nog steeds een kleine groep betreft, is de VPKB Menen nog altijd een stabiele, belijdende en betrokken gemeente met een trouwe vaste kern van zo’n 35 mensen.
Lijst van predikanten die de gemeente Menen sinds 1905 hebben gediend:
Ds. J.-B. Krahé (1905-1935)
Ds. J. Van Kesteren (1936-1946)
Ds. C. Bruggeman (1946-1949)
Ds. P. van Wyck (1949-1952)
Ds. S. Van Maelsaeke (1951-1965)
Ds. P.E. Janssen (1968-1972)
Ds. V.E. Schaefer (1972-1982)
Ds. G. Liagre (1984-1990)
Ds. P.A. Beukenhorst (1995-2000)
Ds. A.M. Pool (2004-2009)
Ds. G.-J. Kroon (2015-2023)
Stud. N.M.R. Van Renterghem (2025-…)
Meer lezen?
Liagre, Guy. “Menen van de reformatietijd tot heden.” ‘t Wingerhoen. Kontaktblad van de Heemkundige Kring dr. Rembry-Barth te Menen 29, nr. 2 (2005): 51-8.
Vandooren, Marie-Claire. “Een blik op Menen en de Reformatie in de XVIe eeuw.” Masterscriptie FPTR: Brussel, 1999.
VPKB: Synodaal Gedenkboek 1839-1992.